Boerengolf spelregels

Aan het boerengolf hangen ook een aantal spelregels vast. Op de baan spelen twee of meerdere groepen tegen elkaar.
Een groep bestaat uit maximaal vijf personen. Groep 1 slaat de bal vanaf het startpunt en vervolgens slaat groep 2.
De bal die het verst van de hole verwijderd is, is vervolgens aan slag.

De bal mag altijd met een clublengte verplaats worden, maar nooit zo dat de bal dichter bij de put komt.
De groepen lopen zo gezamenlijk het parcours af. Gedurende de hele duur van het spel moet men om de beurt slaan.

Een hole is gemaakt als de bal in de emmer is geslagen.

Vervolgens haal je de bal uit de emmer en legt hem vier meter in de richting van de volgende hole en dan begin je
weer van voren af aan. Zo loop je de hele baan na. Op het wedstrijdformulier worden de namen van de groepsleden ingevuld.
Verder worden het aantal slagen bijgehouden wat men nodig heeft per hole.
De groep met het minst aantal slagen over alle holes heeft gewonnen.